Veranderingen in de psoriasishuid

Het opkomen van de ziekte is te wijten aan een versnelde celdeling in de opperhuid, zoals eerder vermeld in dit rapport. Jarenlang was men ervan overtuigd dat ook de oorsprong hiervan terug te vinden was in de opperhuid. Na allerlei laboratoriumonderzoeken kwam men echter te weten dat de eerste verschijnselen van psoriasis zich niet voordoen in de opperhuid, maar wel net eronder.

Typisch voor psoriasis is dat de huid er schilferig en rood uitziet. Dit is helemaal niet aangenaam voor de patiënten, die vaak worden nagekeken in het openbaar. Hoe deze vervelende plekken worden gevormd, leest u hieronder.

De epidermis wordt aanzienlijk dikker. Als men de psoriasishaard nauwkeurig bekijkt, kan men kleine heuveltjes onderscheiden. Deze verdikkingen ontstaan enerzijds door een enorme celtoename in de epidermis. Ook in de lederhuid merken we veranderingen op. De bloedvaten verwijden zich sterk (vaso-dilatatie), daardoor stroomt het bloed veel sneller dan normaal. Dit is de reden waarom de psoriasishaarden er rood uitzien en soms licht bloeden.
Bovendien treden witte bloedcellen (ontstekingscellen) uit de bloedbaan ter hoogte van de psoriasisplekken tot in de epidermis, alwaar ze kleine groepjes of micro-abcesjes vormen. Soms kunnen hierbij zelfs zichtbare etterpuistjes gevormd worden. De bloedvaten in de huid van een psoriasisplek zijn toegenomen in aantal en staan breed open. De bewegings- en groeisnelheid van de epidermiscellen is tot zeven keer groter dan normaal. Het totale aantal cellen is dus een veelvoud van de cellen in normale omstandigheden. Daarom zijn de cellen, die aan het huidoppervlak komen, nog onontwikkeld en hechten zich gemakkelijk aan elkaar.
De snelle celgroei en de samenhechting van de nog onrijpe cellen aan het huidoppervlak, leiden vervolgens tot de afschilfering. Ook verliest de psoriasishuid drie tot tien keer zoveel water dan een gezonde huid. Maar dit heeft toch een voordeel. Want waar vocht zich gemakkelijker afscheidt, dringen ook vreemde stoffen zoals zalven of crèmes sneller in de huid door. Dit zorgt ervoor dat deze zalven of crèmes sneller kunnen inwerken.
De hoornlaag van de huid verandert eveneens: zij wordt minder soepel, wat heel pijnlijk kan zijn. Dit is het geval wanneer er zich op plaatsen, waar een soepele huid onontbeerlijk is, groeven vormen, bijvoorbeeld in de voetzolen.